Nederlandse immigranten die hun heil zoeken in overzeese gebieden als Canada, Nieuw Zeeland, Australie of Brazilie kunnen rekenen op bewondering van de achterblijvers, voor hun moed en ondernemingslust. Bovendien knikken we instemmend mee als we horen welke moeite ze zich moeten getroosten om elders een vergunning voor verblijf en werk te krijgen.
Hoe anders kijken wij aan tegen de durvers die alles wat ze hebben opgeven om hier in Nederland hun geluk te beproeven. Ja, als ze bedreigd zijn of uit een concrete oorlogssituatie komen, wil ons begrip nog wel aanwezig zijn. (Hoewel we opvang ter plaatse prefereren.) Maar de puur economische vluchtelingen? Profiteurs zijn het, die kunnen we hier niet hebben. Geen enkele bewondering is er bij ons, het woord ondernemingszin komt niet bij ons op. Nee, de regels moeten scherper, dat kan bruin niet trekken.
Nu pleit ik er niet voor alle grenzen maar open te gooien, dat zouden we inderdaad niet kunnen trekken. Maar de trend, met Denemarken voorop, schijnt in heel Europa hetzelfde te zijn. Zeker in economisch mindere tijden zijn we minder open voor kostbare medemenselijkheid. Het hemd is nader dan de rok enzo. Wat me nu verbaast is het verschil met de bewondering voor onze avontuurlijke mede-Nederlanders die emigreren.
Vreemd is maar een raar woord.
bix,