Negen moet ze nog worden, en echt groot is ze niet, maar ze klimt zonder moeite op het hoge aanrecht. En hoewel we nog niet klaar zijn met het eten moet ze toch trots haar werkstuk laten zien.
- Kijk en het is uit één stuk gemaakt.
- Hij is heel mooi, meisje.
- Want andere kinderen die plakken er dan pootjes aan, maar ik heb de pootjes zo uit de klei getrokken en de oortjes ook. Dat is veel steviger.
- Prachtig hoor. Zet het nu maar in de vensterbank dan blijft het in elk geval heel.
- En ik heb het zelf zo bedacht, ook die snorharen. Zie je die?
- Heel knap hoor. Hij lijkt echt op een klein poesje. Maar maak hem nou niet stuk he, je weet hoe dat altijd gaat.
- En hij heeft een staartje tussen zijn achterpootjes, kijk maar.
- Heel grappig, net echt. Maar zet hem nu maar weg.
En ineens, zonder verder te hoeven dreigen, zet ze het kleibeestje op het aanrecht en verdwijnt naar boven om haar pyama aan te gaan doen. Dat gaat snel. Normaal moeten we meer aandringen. Maar zo zie je maar dat als ze ouder worden, ze toch ook wat verstandiger worden.
Een half uur later. De tafel is af- en de vaatwasser ingeruimd. Nu nog een leeg melkpak weg, doekje over het aanrecht en even het poesje van klei van het aanrecht in de vensterbank zetten. Hé, wat is dat nu? Is het staartje toch afgebroken.
bix,