Het is niet dat ik het niet kan, maar ik ben er niet echt goed in. Als het kan, dan vermijd ik het of hou gewoon me mond. Chit-chat, social talk, kleppen, je kan het noemen zoals je wilt. Het is een vorm van beleefdheid waarvan de noodzaak mij niet duidelijk is. Het nut wel, dat zal ik niet ontkennen. Maar ik val nog wel eens stil of in herhaling, of ik zeg de grootste plattitude op het volstrekt verkeerde moment.
Nu wil het geval dat bij ons aan het eind van de straat een huis is ingericht voor begeleid wonen van geestelijk gehandicapten. Dat zal wel weer de incorrecte naam zijn, maar de enige die ik nu paraat heb. Regelmatig zien we de bewoners de straat aflopen naar de winkels en met een paar boodschapjes weer terugkomen.
Zo af en toe maak ik dan een praatje. Een praatje, ja. Ik zei dus al dat ik er niet goed in was, maar in deze gevallen maak ik een uitzondering. Vijf minuutjes van mijn tijd voor enige integratie van de gehandicapte in de maatschappij (dat ben ik tenslotte).
Vorige week was het weer eens zover. Ik leg even iets in de auto, en daar komt Rinus omhoog fietsen in zijn driewieler. Rinus stopt en zegt iets. Ik kom dichterbij en met goed luisteren maak ik woorden van zijn klanken. Mooi weer, inderdaad, hij woont bovenaan de weg, werkt op donderdag en vrijdag. Vind'ie leuk, werken. Wordt gehaald in een busje. Het wordt al een heel gesprek. Of ik hier woon, ja, mooi hè, en of ik kinderen heb, ook ja. Ook leuk. Nou, héél leuk begrijp ik van Rinus. Het kost enige moeite, maar ik begrijp toch echt dat hij zelf ook graag kinderen zou willen.
En dan komt het. Ik luister goed - als er een auto langs rijdt moeten we even wachten tot het geluid is weggestorven - en doe mijn best. Rinus vertelt dat kinderen zo leuk zijn. En dan dat verdrietige in zijn ogen als hij me duidelijk maakt dat hij het zo jammer vindt ze nooit te zullen hebben. En dan rolt er iets uit mijn mond, gewoon om iets te zeggen, om te laten weten dat ik geluisterd heb. Zonder nadenken zeg ik: "tja, je kan niet alles hebben".
Rinus heeft het, denk ik, niet gehoord. Ik hoop het tenminste. Ik hoop het heel, heel erg. Opletten, praatjesmaker!
bix,
20030609, herzien 20030613