Bij kauwen moet ik meteen aan Hitchcock's meesterwerk "The Birds" denken. Ik kan ze sinds kort onderscheiden van kraaien. Het schijnt dat er al mensen zijn aangevallen door kauwen. Te dicht bij een nestje en hoepa: pa en ma kauw schieten in kinder-verdedig mode. En in die mode zijn ouders niet te stoppen.
Iets anders is het met duiven. Gewoon die ordinaire beesten die niet aan de kant gaan als jij er met de auto aan komt. Je remt steeds net voor niets af, of je stuurt bij en dan vliegen ze juist die kant op. Maar wat mij betreft is het einde vogelvriendschap. Die weg is er niet voor vogels en als je kan vliegen op een mileuvriendelijke manier hoef je geen autorijders te pesten. Ik stuur dus niet meer bij. Ze gaan toch wel aan de kant en anders zal ik met plezier het kleine hobbeltje voelen waar mijn banden soepel over heen gaan.
Medepassagiers opgelet dus, ik rij vogelonvriendelijk. Op weekendbezoek, naar oma. Heel leuk, maar geen gezeur verder. Dochter van zes roept uit: "papa, een duif". Goed dat ze het zegt. Net op tijd! Met een uitgekiend rukje aan het stuur en een klein beetje gas heb ik mijn eerste duif te pakken. Het was zelfs een minder hobbeltje dan ik dacht, maar misschien ben ik er niet vol overheen gegaan. Verbaasde blikken van echtgenoot en zoontjes en gehuil van de meisjes zijn mijn deel als ik een triomfantelijk "yes!" niet kan onderdrukken. Tja, alle begin is moeilijk.
Wim,
970907.